Geraakt door onaanraakbaren

Gisteren eindelijk Intouchables gezien, een film die ik al maanden op m’n ‘to see-lijstje’ had staan. Omdat de film al 4 maanden draait, verwachtten Linda en ik volop keuze te hebben voor een mooi plekje. Niets was minder waar. Toen we enkele minuten voor tijd aankwamen bleken alleen 2 stoelen op de voorste rij nog beschikbaar te zijn! En dat op een doordeweekse avond voor een film die al vele maanden draait. Ik vroeg me af waarom de film zo onvoorstelbaar populair is. Waarom worden zoveel mensen, ikzelf inclusief, zo geraakt door deze film?

In het kort komt het (waargebeurde!) verhaal hier op neer: Philippe  is een zwaar gehandicapte maar ontzettend rijke man uit Parijs die op zoek is naar een verzorger. Driss, een kansarme zwarte immigrant, moet van de sociale dienst solliciteren om z’n uitkering te behouden en gaat daarom bij Philippe op bezoek, maar laat meteen weten de baan niet te hoeven en alleen op de benodigde handtekening voor z’n uitkering uit te zijn.  Driss is hét voorbeeld van iemand die je niet graag in huis zou nemen. Hij wil niet werken, heeft een strafblad, liegt,  steelt en is seksistisch. Maar hij heeft ook een andere kant. Hij is grappig en altijd zichzelf. Geen greintje afstandelijk professionalisme. Philippe waardeert dit en besluit hem aan te nemen. Langzaam maar zeker onstaat een diepe vriendschap tussen Philippe en Driss die  vreemd, maar ook echt is. Ontroerend echt. Zelden heb ik een film gezien waarbij ik zoveel tranen in m’n ogen had, van emotie en van het lachen.

Zowel de volledig verlamde Philippe als de criminele allochtoon Driss zijn in de Westerse maatschappij intouchables. Het Franse woord voor onaanraakbaren, die in India buiten het kastenstelsel staan. Hen aanraken maakt je onrein en daarom worden ze door iedereen gemeden. Niemand ziet hen staan.

Maar juist Philippe en Driss, complete tegenpolen, zien elkaar wel staan. Raken elkaar aan. En redden elkaar. Redden? Ja. Philippe redt Driss van z’n nihilistische levenshouding door hem te laten zien dat hij veel meer kan dan banken overvallen en de hele dag in bed liggen. Hij brengt hem in contact met kunst en cultuur. Hij leert hem (onbewust!) dat zorgen voor anderen niet soft en saai is. Dat je niet alleen voor jezelf leeft. En Driss redt Philip van z’n innerlijke verlamming door hem (opnieuw onbewust!) uit z’n zelfmedelijden te halen. Door hem simpelweg te behandelen als elk ander mens. Zonder neerbuigend medelijden, maar door humor, confrontaties en groeiend respect.

Philippe en Driss doen me, dwars door hun gebrokenheid heen, aan een andere Redder denken. Ook hij zag anderen staan, juist de onaanraakbaren. Hij raakte hen aan. En redde hen. In dit verhaal bijvoorbeeld:

In Jeruzalem is bij de Schaapspoort een bad met vijf zuilengangen dat in het Hebreeuws Betzata heet. Daar lag een groot aantal zieken, blinden, kreupelen en misvormden. Er was ook iemand bij die al achtendertig jaar verlamd was. Jezus zag hem liggen; hij wist hoe lang hij al ziek was en zei tegen hem: ‘Wilt u gezond worden?’  De zieke antwoordde: ‘Heer, als het water gaat bewegen is er niemand om mij erin te helpen; ik probeer het wel, maar altijd is een ander al vóór mij in het water.’ Jezus zei: ‘Sta op, pak uw mat op en loop.’ En meteen werd de man gezond: hij pakte zijn slaapmat op en liep. (Johannes 5:2-8).

Het Jeruzalem van 2000 jaar geleden of het Parijs van nu. Totaal verschillende werelden. En toch beiden plekken van hoop en herstel. Plekken van het Koninkrijk van Jezus dat ooit ten volle zal doorbreken maar af en toe al de kop op steekt. Geen wonder dat zoveel mensen er door geraakt worden…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s